Beleidsplan

BELEIDSPLAN GEREFORMEERDE KERK WERKENDAM

2013 – 2017

8 april 2013

Voorwoord

Met dit beleidsplan verwoordt de Gereformeerde Kerk van Werkendam haar visie op de identiteit, de roeping en de toekomst van de Gereformeerde kerk van Werkendam (PKN). Met dit stuk geeft de kerkenraad de weg aan die zij de komende jaren in wil slaan. Dit doet zij niet alleen, maar opziend naar en vertrouwend op God.

Inhoudsopgave

Voorwoord

  1. Inleiding
  2. Geschiedenis

2.1 Inleiding

2.2 Historische ontwikkeling

  1. Visie

3.1 Inleiding

3.2 Protestantse Kerk in Nederland

3.3 Gemeenschap rond het Woord en Sacramenten

3.4 Kerk-zijn in eenheid en verscheidenheid

3.5 Kerk-zijn in een veranderende cultuur

3.6 Kerk-zijn als gestalte van de verwachting

3.7 Kerk als organisatie

  1. Uitgangspunten van beleid

4.1 Inleiding

4.2 Krachtige geloofsgemeenschap

4.3 Vierende gemeente

4.4 Geloofsverdieping-, -overdracht en – toerusting

4.5 Catechese

4.6 Ruimte voor jeugd en jongeren

4.7 Missionaire roeping

4.8 Hoop voor de wereld

4.9 De kerkenraad

4.10 Relatie met de Hervormde Gemeente

4.11 Financiën

  1. Uitvoering van beleid

5.1 Inleiding

5.2 Kindernevendienstcommissie

5.3 Jeugdwerk

5.4 Evangelisatiecommissie

5.5 Zendingscommissie

5.6 Diaconie

5.7 Kerkelijke organisatie

5.8 College van Kerkrentmeesters

5.9 Catechese

5.10 Liturgiecommissie

5.11 Commissie Vorming en Toerusting

1. Inleiding

Dit is het beleidsplan van de Gereformeerde Kerk van Werkendam. Het vormt een belangrijke pijler voor het werk binnen kerk voor de periode 2013 – 2017.

Als basis voor het beleidsplan zijn gebruikt de visie van de Protestantse Kerken in Nederland (PKN) en de ervaringen van de afgelopen jaren.

Het beleidsplan pretendeert niet volledig te zijn, de belangrijkste onderwerpen zijn opgenomen. Het plan moet meer als een levend document gezien worden. Dat wil zeggen dat het regelmatig aangepast wordt aan ontwikkelingen die zich voor doen. Op basis van het plan wordt jaarlijks een jaarplan opgesteld waarin de doelstellingen voor het komend kerkelijk seizoen en de realisatie over het afgelopen seizoen wordt verwoord.

Dit beleidsplan is geen reglement waarin de dagelijkse praktijk van “kerk-zijn” uitgebreid beschreven wordt. Het is niet ondenkbaar dat dit beleidsplan aanleiding vormt om de “Plaatselijke Regeling t.b.v. het leven en werken van de Gereformeerde Kerk te Werkendam” aan te passen.

Voor het opstellen van het beleidsplan zijn de kernbegrippen geloofsverdieping, geloofsoverdracht en toerusting als basis gebruikt. Door velen wordt dit als urgent ervaren. Met behulp van dit beleidsplan wil de kerkenraad geloofsverdieping, geloofsoverdracht en toerusting verder vormgeven in de gemeente.

Het beleidsplan start met een korte beschrijving van de ontstaansgeschiedenis van onze gemeente. Vervolgens komt de visie aan bod. Deze visie is geënt op de visie zoals de PKN die verwoord heeft in ‘Leren leven van de verwondering’. In het laatste hoofdstuk van dit beleidsplan genaamd ‘Uitgangspunten van beleid’ wordt de visie geconcretiseerd en zijn doelen gesteld. In de bijlagen zijn de hoofdpunten van diverse werkvelden, zoals ook de afgelopen periode in de jaarplannen verder zijn uitgewerkt, opgenomen.

2. Geschiedenis

2.1 Inleiding

Door een korte beschrijving van de geschiedenis van de Gereformeerde kerk van Werkendam herkennen en erkennen wij de verbondenheid met het voorgeslacht. Tevens kan het een idee geven hoe onze gemeente is geworden tot wat zij nu is. Als je op een kaart van rond 1830 of 1900 lijkt het of Werkendam een geïsoleerd liggend dorp is. Toch zijn de meeste ontwikkelingen in de protestantse wereld niet aan ons dorp voorbij gegaan. Dan blijkt dat de geïsoleerde ligging relatief is geweest: Werkendammers werkten vaak buitenaf, er waren regelmatige bootverbindingen over de rivier en in de grienden in de Biesbosch was er ook veel contact met griendwerkers uit andere dorpen rond de Biesbosch. Een ander belangrijk feit is dat Werkendam in de zogenaamde Bijbelgordel van Zeeland tot de Veluwe ligt. Bij deze term wordt vaak gedacht aan de reformatorische kerken van de rechterflank, maar het speelt ook in onze gemeente een rol. Bij een aantal kerkleden speelt de twijfel over de ruimhartigheid van Gods genade een grote rol en is er vrees om aan te gaan aan het Avondmaal.

 

2.2 Historische ontwikkeling

Afscheiding

Door ondertekening van de ‘Akte van verbintenis’ op 27 maart 1837 door de broeders Andries Potters, Cornelis van der Stelt en Cornelis den Dekker ontstond de Gereformeerde Kerk van Werkendam. Familienamen die nog steeds in onze gemeente voorkomen. Opvallend onderdeel van de akte is de zinsnede:

‘’ Beloven wij ook mits dezen, de eenigheid der Kerke op alle mogelijke wijze te bevorderen en liever ons particulier gevoelen te verzaken, dan oorzaak te geven, dat daardoor de Gemeente des Heeren gescheurd worde.”

Deze akte van verbintenis wordt nog steeds door nieuwe ambtsdragers ondertekend. Het eerste kerkgebouw bevond zich aan de Sleeuwijksedijk in de toenmalige gemeente De Werken, plaatselijk bekend onder de naam ‘Naboths Wijnberg’. Deze kerk deed dienst van 1837 tot 1859 en had ongeveer 150 zitplaatsen. Het gebouw bestaat nog steeds, het is de grote schuur voor Sleeuwijksedijk 27 maar is, zoals zo veel gereformeerde kerkgebouwen uit die tijd, nauwelijks als kerk herkenbaar, omdat het een omgebouwde schuur was.

Met bewondering mogen wij naar onze voorouders kijken die zo veel over hadden voor hun kerk, want de burgerlijke overheid heeft zich lang met zware middelen verzet tegen het ontstaan van de Gereformeerde Kerken.

Doleantie

Ook de doleantie heeft in ons dorp sporen nagelaten. Er ontstond een aparte Gereformeerde Kerk, die ondanks overleg nooit is samengegaan met de kerk uit de Afscheiding, terwijl dat in de rest van Nederland wel gebeurde. Later heeft deze kerk zich aangesloten bij de Gereformeerde Gemeenten in Nederland en Noord-Amerika. Het samengaan van beide kerken uit Afscheiding en Doleantie was ook in Werkendam niet onomstreden en daardoor ontstond hier in 1911 de Christelijk Gereformeerde Kerk.

In die tijd was het tweede kerkgebouw in gebruik en die stond op dezelfde plaats als de huidige ‘Maranathakerk’. Deze kerk had circa 250 zitplaatsen en heeft tot 1912 dienst gedaan.

In 1913 werd op dezelfde plaats een markant, nieuw kerkgebouw ingewijd.

Tweede Wereldoorlog

Al voor de Tweede Wereldoorlog werd door de toenmalige kerkenraad op vraag van de Jongelingsverenigingen stelling genomen tegen het opkomende Nationaal-Socialisme. In Werkendam was ook het verzet actief, waarbij gereformeerden bij de bekende verzetsstrijders hoorden. Jammer genoeg werd het derde kerkgebouw in de nadagen van de Tweede Wereldoorlog door de Duitse bezetters verwoest.

Vermeldenswaard is dat onze gemeente van april 1945 tot mei 1946 gebruikt mocht maken van de kerk van de ‘Gereformeerde Gemeente’ aan de Hoogstraat bij het Plein. Omdat ook de Hervormde kerk verwoest was, kerkten de hervormden eveneens in dit gebouw. De Gereformeerde Gemeente zelf week in deze periode uit naar de Christelijk Gereformeerde kerk aan de Hoogstraat. Wij kijken met dankbaarheid terug op de hulp die destijds door onze broeders en zusters geboden werd.

Vrijmaking

Hoewel de kerkenraad positief stond tegenover het gedachtegoed van de Vrijmaking, was het overgaan naar de Vrijgemaakt Gereformeerden een stap te ver, misschien indachtig de zin uit de akte van verbintenis. Toch zijn wel kerkleden overgegaan. Voor een plaatselijke kerk was hun aantal te klein.

De wederopbouw

Aan de van Tienhoven van de Boogaardstraat, op de huidige plaats van d’ Altenaer, verrees een noodkerk, waar samen met de hervormden gebruik van gemaakt werd. Deze kerk had 500 zitplaatsen. Door de watersnoodramp in 1953 werd de Noodkerk onbruikbaar. In deze periode zijn wij gastvrij ontvangen in de nieuwe Hervormde kerk, die toen al in gebruik genomen was.

Op 29 juni 1956 is de huidige Maranathakerk in gebruik genomen. Dit is een kerk met ongeveer 800 zitplaatsen. De gemeente was inmiddels zo gegroeid dat vanaf 1960 een tweede predikant werkzaam werd.

In 1962 kwam de Merwedebrug bij Sleeuwijk gereed. Hiermee kwam een einde aan de geïsoleerde ligging van Werkendam. Ook de mobiliteit nam toe, waardoor de bevolkingssamenstelling veranderde: er kwamen veel meer mensen van buitenaf in Werkendam wonen. De bevolking begon ook flink te groeien.

1970 tot nu

Kerk en Samenleving kwamen in beweging. Met enige vertraging bereikte dat ook Werkendam. De kerkelijke betrokkenheid neemt af, er komen kerkleden uit andere dorpen bij ons kerken en de Evangelische Gemeenschappen komen op. Dit laatste heeft ook aantrekkende kanten op leden van onze gemeente. Veranderingen worden ook onder andere zichtbaar bij de invoering van het Liedboek en de vrouw in het ambt. Ook het kerkgebouw ontkwam niet aan veranderingen. Na een grondige verbouwing van 20 weken, is de Maranathakerk in juni 2006 heropend. Ook daar bleek de grote betrokkenheid: het benodigde geld kwam er vrij gemakkelijk en door vrijwilligers zijn toen veel werkzaamheden verricht. Ook toen hebben wij dankbaar gebruik mogen maken van de kerkgebouwen van de Nederlands Hervormde gemeente: de Dorpskerk voor de erediensten en de Biesboschkerk voor de doordeweekse activiteiten.

Afsluiting

Met Gods hulp is er veel werk verricht voor het opbouwen van de gemeente. Dit heeft zich niet beperkt tot de eigen gemeente. Op 1 mei 2004 is de Gereformeerde kerk van Werkendam opgegaan in de Protestantse Kerken in Nederland. Dit is een lange, niet eenvoudige weg geweest, waarin veel tegenstellingen overbrugd dienden te worden. Desondanks zijn wij dankbaar voor de eenwording met onze hervormde en lutherse broeders en zusters.

De geschiedenis van onze kerk is er een van bergen en dalen geweest. Soms ontvang je tijdens de dalen van bijvoorbeeld vernietigde of onbruikbare kerkgebouwen hulp uit onverwachte hoek. Niet alleen na de Tweede Wereldoorlog en de Watersnoodramp konden wij bij anderen kerken. Dat was ook zo bij de laatste verbouwing van onze kerk. Met vreugde kun je dan ook anderen hulp bieden.

3. Visie

3.1 Inleiding

Deze visie beschrijft op hoofdlijnen wat wij als Gereformeerde Kerk van Werkendam belangrijk vinden en waar we voor staan. De visie bestaat uit zes onderdelen: De plaats van de protestantse kerk in Nederland, gemeenschap rond het Woord, eenheid en verscheidenheid in de gemeente, de invloed van de veranderende cultuur, de kerk als gestalte van de verwachting en de kerk als organisatie.

In het hoofdstuk ‘ Uitgangspunten van beleid’ is de visie verder geconcretiseerd.

3.2 Protestantse Kerk in Nederland

Sinds 1 mei 2004 maken wij onderdeel uit van een verenigde kerk: de Protestantse Kerk van Nederland (PKN).

Wij zijn dankbaar voor de totstandkoming van deze verenigde kerk waarbij we de weg daarheen niet vergeten zijn. In veel plaatselijke gemeenten heeft de vereniging van de kerken tot nieuw elan geleid. Ook wij willen als kerk onze protestantse traditie vruchtbaar maken voor het geheel van de samenleving.

De Protestantse Kerk is deel van Gods wereldwijde kerk, waarin protestanten een eigen plaats innemen. Daarbij weten wij dat Gods kerk in Israël wortelt en laten we ons gezeggen door de Schriften die wij met elkaar delen. Wij kunnen niet bestaan zonder een diepe verbondenheid met Israel als volk van God.

Protestanten zijn – in de oorspronkelijke betekenis van het woord – mensen die ‘een publiek getuigenis afleggen’. In alle openheid en openbaarheid staan zij voor de verkondiging van het evangelie van Jezus Christus.

Wij geloven stellig, dat God tot mensen spreekt en daarvoor ook onze gemeente gebruikt. De woorden van God klinken ons soms als muziek in de oren. Zij vertellen dat God ons accepteert zoals wij zijn. Daarbij wil Hij ons vernieuwen, moed geven en de weg openen naar Hem en elkaar. Zijn woorden raken ons soms pijnlijk. Wij worden onder kritiek gesteld als wij in onszelf gekeerd zijn of wanneer wij onze eigen gang gaan.

Als protestanten zijn wij ervan overtuigd dat iedere gelovige toegang tot God heeft, Gods Woord kan horen, geloven en in praktijk brengen. Het Woord is voor ons de basis van het kerk zijn.Pessimisme en apathie worden overwonnen door te vertrouwen op de beloften van God en door volhardend biddend te gaan in het voetspoor van Jezus. Als wij alleen kijken op dat waartoe wíj in staat zijn, ontvalt ons de moed en wordt ons geloof meer twijfelen dan vertrouwen. Wij geloven echter dat de Geest ons bevrijdt van moedeloosheid en ons ongekende dingen laat zien. Niet neergang, maar geloof in de kracht van het Woord dient het leven van de kerk te bepalen. Daarom zetten wij ons in om tot een verandering van onze blikrichting te komen. Wij moeten voorkomen dat ons het verlammende gevoel dat de kerk een aflopende zaak zou zijn, gaat beheersen. Wij geloven in de blijvende kracht van het christelijk geloof.

De protestantse traditie is altijd gekenmerkt door een sterke betrokkenheid op de samenleving. Wij ervaren een dringende behoefte om als kerk ook in deze tijd zichtbaar en relevant aanwezig te zijn.

3.3 Gemeenschap rond het Woord en Sacramenten

De Gereformeerde Kerk van Werkendam maakt onderdeel uit van de vele gemeenten die samen het verband van de Protestantse Kerken van Nederland (PKN) vormen. De gemeente is een gemeenschap rond het Woord, de Bijbel. De gemeente is ontvanger van het Woord. Het Woord is de oorsprong van de kerk, de grond onder haar voeten, haar grootste vreugde en vaste hoop voor de toekomst. De kerk wordt gedragen door het Woord. Daarom vertellen wij het Woord door. In vertellen en verkondigen; in vieren en voorleven ligt het leven van onze gemeente. Wij zijn de ambassadeurs van het Woord.

Onze gemeente is daarom missionair. Zij is er om het Woord over de grenzen van kerk en christendom heen te vertalen en vorm te geven. Dit maakt ons ook kwetsbaar. Woorden raken betekenisloos wanneer wij zelf niet wezenlijk gegrepen zijn. Het Woord moet ‘handen en voeten’ krijgen in het leven van onze gemeente en haar leden.

In onze kerk zijn steeds meer mensen die samen gemeente-zijn steeds minder belangrijk vinden. Dit individualistische godsgeloof wijzen wij af. Het geloof dient gedragen te worden door een brede geloofsgemeenschap, die door Woord en Sacramenten wordt gevoed. Een plek waar christenen elkaar bemoedigen in de onderlinge omgang, elkaar bevragen en versterken in hun persoonlijk geloof en christen-zijn. Wij hebben het geloof van de enkeling hoog, maar weten ook hoezeer de gemeenschap nodig is. Zo’n gemeenschap wil onze gemeente zijn.

3.4 Kerk-zijn in eenheid en verscheidenheid

Onze kerk leeft uit Gods genade in Jezus Christus en belijdt de Heilige Schrift als enige bron en norm van de verkondiging. Onze wortels liggen in de calvinistische en lutherse traditie. In deze belijdende traditie staan wij van harte. Door de ontzuiling groeit de invloed van andere of veranderende tradities in onze kerk. Hiervoor willen wij ons niet afsluiten. Moeilijk hierbij is dat vanzelfsprekendheden steeds vaker onder druk staan.

Elke kerk is veelkleurig, zo ook de onze. Elk gemeentelid heeft een eigen geschiedenis met God en heeft daarnaast unieke gaven en talenten voor opbouw van de gemeente ontvangen. Tezamen vormen wij één lichaam. Veelkleurigheid ervaren wij als rijkdom en uitdaging. Rijkdom, omdat Gods openbaring in Christus te groot is voor één enkele gestalte. Uitdaging, omdat pluriformiteit gemakkelijk kan worden tot een niets verplichtende vrijblijvendheid.

Wij lijden ook aan de verscheidenheid. Het is daarom van groot belang, dat wij de verschillen die er zijn in traditie, in beleving en verwoording, vruchtbaar maken door met elkaar in gesprek te gaan. Het luisteren naar de geloofsverantwoording en de Schriftuitleg van elkaar is geen vrijblijvende zaak. We mogen elkaar op dit punt niet onverschillig negeren en ons van de ander isoleren, noch de verschillen van mening verdoezelen. Want ondanks alle verschillen staan wij voor de kerk van Christus. Want hoe verscheiden wij ook zijn, toch gaat het in de veelkleurigheid om de belijdenis van de Naam boven alle namen: Jezus Christus.

3.5 Kerk-zijn in een veranderende cultuur

In onze huidige samenleving moet ieder mens zelf zijn of haar leven vorm en inhoud geven. Er zijn geen vanzelfsprekendheden meer op het gebied van geloof, politiek en levensloop. Dit heeft ook effect op de zwaarte van de ambten in de kerk en de wijze waarop ze worden ingevuld. Door velen wordt dit ervaren als een bevrijding, maar voor anderen veroorzaakt dit ook onzekerheid.

Het geloof in de maakbaarheid van de samenleving bleek een illusie, maar is vervangen door die van de maakbaarheid van het eigen bestaan. Daardoor is het leven vol en druk geworden. Opleiding, carrière, relatie, werk, zorg voor kinderen en/of ouders, sociale verbanden, alles vraagt om aandacht. De druk wordt versterkt door de voortdurende roep om succes en geluk. Door al deze ontwikkelingen is het vrijwilligerswerk onder druk komen te staan.

Er is sprake van een gevoelscultuur waarin het belevingsaspect voor mensen zwaar weegt. Door de drukte van het bestaan is er behoefte aan intense en vluchtige ontspanning. Maar tegelijk is er behoefte aan oriëntatie op zingeving en levensvragen. Ook daarbij speelt de beleving een belangrijke rol, meer dan instituties of leerstelligheden. Er is vraag naar rituelen op sleutelmomenten in de eigen levensloop, naar verdieping van persoonlijke spiritualiteit. Daarvoor wordt contact gelegd met geestverwanten, vaak zonder de behoefte aan blijvende verbanden. Gezocht wordt naar een persoonlijk verworven antwoord op levensvragen, niet naar collectief gedragen zekerheden. In hun zoektocht of met hun antwoord willen veel mensen hun ervaringen wel delen met anderen, maar zich niet verplichtend met hen verbinden. Deze ontwikkelingen gaan ook onze gemeente niet voorbij.
Het kerkenwerk wordt gedragen door een kleiner wordende groep vrijwilligers, de band tussen gemeenteleden wordt losser en regelmatig de kerk bezoeken is geen vanzelfsprekendheid meer. Ook de vervulling van ambten in de kerk is daardoor minder vanzelfsprekend en inhoudelijk aan veranderingen onderhevig. Wij willen het kerkenwerk en de onderlinge verbondenheid in deze ontwikkelingen inpassen. Handreikingen met name gericht op de vervulling van de ambten zijn daartoe in hoofdstuk 4 van dit beleidsplan opgenomen

3.6 Kerk-zijn als gestalte van de verwachting

Wij beseffen, dat het evangelie niet het vanzelfsprekende antwoord op alle vragen is. Het evangelie is geen algemeen inzichtelijk verhaal, maar de verkondiging van de Gekruisigde. Het evangelie vraagt om uitleg en vertaling naar de tijd waarin wij leven. De tijd van de ‘verwachting’.

Wereldwijd zijn er velen die ‘verwachten’ en de weg van het geloof gaan.. Mannen en vrouwen, ouderen en jongeren beleven de vreugde van het evangelie. Ook vandaag leeft de kerk. Leden van alle leeftijden beleven en belijden hun geloof en ontmoeten broeders en zusters in de naam van de Heer.

Vanzelfsprekend is dit niet en vanzelf gaat het niet. De tijd dat de kerk wel vanzelf leek voort te leven is voorbij. Op veel plaatsen kraakt het kerkelijk leven in al zijn voegen. Het einde van de vanzelfsprekendheid brengt bij velen onzekerheid en verwarring. Ook in de kerk is sprake van crisis.

 

Deze crisis van de kerk in het Westen hangt nauw samen met de verlegenheid waarin onze samenleving verkeert. Dit is de spanning tussen de Westerse kijk op het wereldgebeuren en de kijk die God ons hierop geeft. Ook binnen onze eigen gemeente wordt deze crisis ervaren. Een groeiend aantal gemeenteleden verwacht steeds minder van God.

Onze gemeente heeft alleen toekomst, wanneer zij de opgestane Heer volgt en vertrouwt op Gods Geest, vanuit de bede: ‘Kom, Heilige Geest, vernieuw uw kerk’.

Op die weg leren wij ook om verder te zien dan de grenzen van onze eigen gemeente. In de kerk, in onze eigen gemeente, hunkeren wij naar die vernieuwing door de Heilige Geest, maar vaak zien we niet de onstuimige groei van andere geloofsgemeenschappen om ons heen. Wij zien te weinig, dat wereldwijd gezien, de kerk een snel groeiende beweging is. Het maakt duidelijk dat God ook vandaag mensen inspireert.

Daarbij zijn wij er ons van bewust dat wij pas kunnen spreken na bezinning en dat we pas kunnen belijden nadat we schuld hebben beleden. Crisis, verlegenheid en aanvechting hebben nooit het laatste woord. Wij zijn er heilig van overtuigd, dat Gods beloften en koningschap ook aan mensen van vandaag een nieuw heilzaam perspectief bieden. Daarom verkondigen wij ook in onze tijd de drie-ene God:

  • God de Vader, die aan mensen geborgenheid geeft in deze zoekende wereld,
  • Jezus Christus, die verzoening brengt in een wereld vol gewonde en verwonde mensen,
  • De Heilige Geest, die ons vernieuwt.

Op die weg leren we opnieuw de grondwoorden van het protestantisme spellen: sola gratia (door genade alleen), sola fide (door geloof alleen), sola scriptura (door de Schrift alleen).

3.7 Kerk als organisatie

Om een krachtige geloofsgemeenschap te zijn waarin gemeenteleden, in het licht van de woorden van God, de zin van het leven kunnen ontdekken, is het van belang het kerkenwerk goed te organiseren.

Voor de activiteiten in onze gemeente is de kerkenraad eindverantwoordelijk. Daarom laat de raad zich informeren en ondersteunt ze daar waar nodig is.

Het beschikbaar krijgen van ambtsdragers is een belangrijk punt van aandacht. De kerkenraad heeft zich daarover beraden en een aantal besluiten genomen.

Wij vinden het belangrijk dat er een gevarieerd, op elkaar afgestemd, aanbod van activiteiten is. Rekening houdend met de levens- en belevingsfase van de gemeenteleden. Om te toetsen of voldaan wordt aan deze doelstelling maken wij gebruik van evaluaties.

Omdat kerkenwerk niet altijd eenvoudig is, wordt kerkenwerkers op maat gesneden toerusting geboden.

 

4. Uitgangspunten van beleid

4.1 Inleiding

In dit hoofdstuk is voor een aantal thema’s de visie zoals beschreven in het voorgaande hoofdstuk vertaald naar uitgangspunten van beleid. De meer concrete uitwerking voor de dagelijkse praktijk van kerk zijn is opgenomen in hoofdstuk 5.

Voor het opstellen van de uitgangspunten is gebruik gemaakt van het voorgaande beleidsplan en de activiteiten zoals verwoord in de jaarplannen van de afgelopen perioden.

Bij een aantal thema’s worden activiteiten benoemd die in de nabije toekomst opgestart worden. In overleg met de betrokkenen stippelt de kerkenraad een traject uit waarbinnen dit verder vormgegeven wordt.

4.2 Krachtige geloofsgemeenschap

Wij willen een krachtige geloofsgemeenschap zijn waar mensen, samen met anderen en in het licht van de woorden van God, de zin van hun leven kunnen ontdekken.

De grondslag voor ons doen en laten is de Bijbel. In ons persoonlijk leven mogen wij God steeds beter leren kennen, waarbij wij beseffen dat ontdekken en kennen van God van alle tijden en plaatsen is. Dat is de reden dat wij ons verbonden voelen met voorgaande generaties, die hun geloof hebben uitgedrukt in de Heidelberger Catechismus, de Dordtse leerregels en de Nederlandse geloofsbelijdenis. De verbondenheid met de algemene Christelijke kerk wordt verder verwoord in de Apostolische geloofsbelijdenis, de geloofsbelijdenis van Nicea en de geloofsbelijdenis van Athanasius.

Gedurende de komende vier jaar zullen de NBG en de NBV voor het voorlezen in de erediensten kunnen worden gebruikt. De proefperiode voor het gebruik van de NBV is inmiddels verstreken. Daarom zal in de komende beleidsperiode tot definitieve besluitvorming over het gebruik van NBG en NBV worden gekomen.

4.3 Vierende gemeente

 

Wij willen een gemeenschap zijn waar Gods aanwezigheid wordt gevierd in de prediking, in liederen, gebeden en in de tekenen van doop en avondmaal.

Om een vierende gemeente te zijn worden de gemeenteleden in de gelegenheid gesteld om op zondag twee kerkdiensten bij te wonen. Tijdens deze diensten belijden we ons tekort voor God en mensen, maar mogen we ook weten van het verlossende werk van Jezus Christus. Wij willen hiervan zingen en bidden.

Naast de ‘gewone diensten’ vieren wij de (feest)dagen zoals Kerst, Goede Vrijdag, Pasen, Hemelvaart en Pinksteren, waarbij de nadruk ligt op die heilsfeiten, vragen wij God een zegen over ons werk op Biddag en danken wij op Dankdag voor de mogelijkheden die we gekregen hebben ons werk uit te voeren.

Wij vinden het belangrijk dat een aantal kerkdiensten speciaal ingericht is voor jongeren. Hiervoor maken wij gebruik van themadiensten en jeugddiensten. Daarnaast is er in de gewone diensten ruimte voor projecten van kindernevendienst en clubs.

Omdat wij geloven en gedenken dat Christus voor onze zonden gestorven is vieren wij het Heilig Avondmaal, dat toegankelijk is voor belijdende leden.

Vieren uit zich ook in dopen. Wij geloven dat God, door de doop, zijn verbond met mensen bekrachtigd. Wij onderschrijven de bemoedigende woorden dat de doop ‘ons slechts éénmaal bediend wordt en gedurende heel ons leven van kracht blijft’. Als borging van de belofte, die door de ouders bij de doop gedaan wordt, verlangen wij dat één van de ouders of verzorgers belijdenis van het geloof heeft afgelegd.

Elk type viering heeft een eigen identiteit. Dit geldt niet alleen voor het onderwerp, maar ook voor de liturgie. Daarom is een liturgiecommissie ingesteld met de opdracht liturgische voorstellen te maken passend bij het karakter van de viering. In de kerkenraad en met de gemeente zullen gesprekken worden gevoerd over de rollen van het “dienstboek” en liedbundels in de erediensten. Daarbij rekening houdend met het karakter van onze gemeente.

4.4 Geloofsverdieping, -overdracht en –toerusting

Onze kerk is een kerk van het Woord. Wij vertrouwen op de belofte van Christus over zijn aanwezigheid, over de gave van de Geest en de kracht van het geloof. Wij volharden in het vertrouwen dat er alle reden is om tegenover apathie telkens de voortgang van het evangelie te zetten. God heeft het laatste woord.

Bij alles wat wij doen stellen wij het Woord en daarmee liefde, hoop en groei centraal. Wij erkennen onze tekorten, maar vertrouwen op Hem die vergeeft en vernieuwt. Daarom richten wij ons allereerst op geloofsverdieping. Het geloofsgesprek en de toerusting van gemeenteleden om hun geloof te delen met anderen leidt tot groei van de gemeente. De kracht van het Woord bepaalt het leven van onze kerk.

Geloofskennis is van wezenlijk belang voor het voortbestaan van de kerk van Jezus Christus. Geloofsoverdracht – individueel en in groepen – wordt centraal gesteld. Door studie, stimulering en het beschikbaar stellen van informatie wordt ervoor gezorgd dat gemeenteleden kunnen groeien in geloof.

Veel van het kerkelijk werk past bij de uitgangspunten zoals hierboven beschreven. Hiertoe zal op maat gesneden toerusting voor kerkelijk werkers worden aangeboden. Verder zullen thema avonden worden georganiseerd gericht op geloofsgesprekken. Mogelijke onderwerpen zijn vrouwelijke predikanten, positie van randkerkelijken en het homohuwelijk.

4.5 Catechese

Tot één van de belangrijkste taken van het samen gemeente zijn behoort de catechisatie. De belofte van de doop, om kinderen voor te gaan en te onderwijzen op de Weg des Levens, geldt niet alleen voor ouders maar voor heel de gemeente. Daarom gaat de gemeente rond de doop ook staan. Ze staat er achter !!

Er komt in onze moderne tijd veel op jongeren af. Vroeger was de catechisatie een van de weinige of zelfs vaak de enige plek van leren en overdracht van informatie. Nu gaat ze haast ten onder aan een zee van andere plekken waar wordt geleerd en een enorme stroom aan informatie via onderwijs of de media. Door de ontzuiling staat de inhoud daarvan vaak haaks op hetgeen de catechese probeert over te brengen. Ook raken catechisanten steeds meer gewend aan zeer moderne technieken van overdracht (computer, visualisering in de methodes).

Dit alles vraagt veel inzet en creativiteit om jongeren toch te bereiken. Want natuurlijk hebben ouders een belangrijke taak. Maar alleen: “we moeten van onze ouders”, is niet voldoende. De catechese moet zowel in vorm als inhoud, aantrekkelijk, leerzaam en zinvol zijn! Anders haken de jeugd en hun ouders toch af. Catechese wordt zo een zeer intense opdracht voor heel de gemeente.

Belijdeniscatechese hoofdzaak

De enige reden waarom moderne jeugd bij de Heer en Zijn kerk zal blijven is : “dat ze geraakt zullen worden door het Evangelie”.

Daarin speelt, door de kracht van Gods Geest, juist het gesprek in de vorm van belijdeniscatechese een zeer belangrijke rol. De wijze van uitnodigen, de vorm en de inhoud juist ook van deze catechese vragen voortdurende aandacht. Het moet een onderwerp zijn voor heel de gemeente. Bovenstaande, maar ook de landelijk trend geeft aan, dat er naast vreugde ook bezorgdheid mag zijn rond deze catechese. Vooral getalsmatig!

Opmerkelijk is de sterke persoonlijke betrokkenheid van de belijdeniscatechisanten. Er wordt zeer bewust en persoonlijk gezocht naar een omgang met God en de kerk. Hierdoor heeft deze catechisatie niets vanzelfsprekends meer, maar wordt alles bepaald door bewuste keuzes. Dat heeft o.a. tot gevolg dat er ook geen vanzelfsprekende doorstroming meer is vanuit de andere catechisatie. Het aantal deelnemers is daarom klein. Het afleggen van belijdenis gaat niet vanzelfsprekend, maar gepaard met vele vragen en bewuste keuzes. Je merkt dat de traditie van de kerk minder belangrijk wordt. Niet wat de kerk gelooft, maar wat ik zelf geloof!

Hierdoor kunnen er grote verschillen in geloofsbeleving en kerkbeleving zijn. Dit wordt niet als hinderlijk, maar eerder als verrijkend ervaren. Het komt het groepsproces ten goede. Wel wordt door de verschillen in geloofsbeleving en ook kerkbeleving de band met de traditionele kerk steeds minder vanzelfsprekend. Je merkt moeite met de kerk zoals die is en met het kiezen van de soort kerk om bij te horen. Soms heeft het iets van “die kerk neem je maar op de koop toe “. Zo krijgt de kerk vooral voor jongbelijdende leden hoge drempels. Over deze drempels zal moeten worden nagedacht, willen we als kerk ook voor deze jong belijdende leden een thuis zijn. Voor de jongeren waarvoor de drempels te hoog zijn, zullen we thuiscatechese groepen organiseren om zo met elkaar in gesprek te komen en te blijven.

4.6 Ruimte voor jeugd- en jongeren

Wij hebben de opdracht om onze jeugd Christus te laten leren kennen en hen te helpen te groeien in het geloof. Wij willen jongeren zo vroeg mogelijk kennis laten maken met het evangelie en zich thuis laten voelen in onze kerk. Dit willen we bereiken door het bieden van jeugdwerk voor alle jongeren. Het is belangrijk hierbij ook voor vormen te kiezen die passen bij de levens- en belevingsfase waarin zij verkeren.

Jongeren hebben behoefte aan het geloofsgesprek, onderling, maar ook tussen generaties. Als gemeente willen wij hier grote aandacht aan besteden, de jongeren zijn de toekomst van de gemeente. Daarom neemt het jeugdwerk een belangrijke plaats in en is er ook aandacht voor de geschiktheid van de begeleiders.

We willen Kerk en gemeente- zijn we op alle dagen van de week. Naast de wekelijkse samenkomsten op zondag is het belangrijk dat jongeren vriendschap en contacten hebben binnen onze kerkelijke gemeenschap. Daarom richten we ons op het stimuleren van vriendschap in de kerk en worden ouders uitgedaagd richtinggevend te zijn.

 

Veel van de jongeren in de leeftijd tot twaalf jaar nemen deel aan de kerkelijke activiteiten zoals oppas-, kleuter- en kindernevendienst en clubs. Hiervoor zijn wij dankbaar. Dit werk moet zeker doorgang vinden. Opvallend is dat deelname aan de activiteiten voor jongeren van twaalf jaar en ouder minder vanzelfsprekend is. Dit laatste baart ons zorgen.

 

4.7 Missionaire roeping

Wij leggen nadruk op het begeleiden van de gemeente bij het volgen van haar missionaire roeping, op zo’n wijze dat de onderscheiden gaven van gemeenteleden worden gestimuleerd. Wij gaan op zoek naar woorden, die het evangelie zo vertolken dat mensen geraakt worden. Wij verlangen ernaar dat een steeds groter wordende groep ontstaat die het evangelie hoort en gelooft. Voor hen willen wij open staan en kerk zijn. Daarom willen wij een evangeliserende gemeente zijn, dichtbij en veraf.

Daarbij laten we ons inspireren door de liefde van de Heer en de nood die er is.

De Evangelisatie Commissie kent naar buiten en naar binnen gerichte activiteiten. De activiteiten buiten de kerk moeten tenminste op het huidige niveau worden gehandhaafd, uitbouw mogelijkheden zijn er richting de jeugd. De activiteiten binnen de kerk zijn gericht op stimulering van de betrokkenheid en gemeente opbouw in allerlei vormen.

De missionaire roeping voor dichtbij uit zich in de persoonlijke contacten tussen gemeenteleden en mensen die Christus nog niet hebben leren kennen en in deelname aan ‘evangelisatieacties’. De missionaire roeping voor veraf krijgt gestalte door diverse activiteiten.

De evangelisatiecommissie werkt nauw samen met die van de Hervormde gemeente.

4.8 Hoop voor de wereld

Wij zijn een gemeente van hoop en verwachting waarin mensen elkaar dichtbij en veraf inspireren en steunen over de grenzen van armoede, onrecht en hopeloosheid heen. Zodat in navolging van Christus, gerechtigheid en barmhartigheid bewezen wordt.

Daarom zal de diaconie de gemeenteleden opwekken en toerusten, zodat zij in woord en daad opkomen voor hen die geen helper hebben. De diaconie verzamelt het hiervoor benodigde geld in en geeft voorlichting aan gemeenteleden. Daarnaast spreekt zij de burgerlijke overheid aan op haar verantwoordelijkheid met betrekking tot sociale vraagstukken. In sommige gevallen zal de diaconie naar vermogen zelf hulp verlenen.

Daarom heeft ook onze kerk besloten aan de gedachte van “fair trade” door de daad inhoud te geven. Zo ondersteunt onze kerk ook acties zoals World Servants.

Ook jongeren moeten worden bewust gemaakt van de noden in de wereld en dat zij daarin een actieve rol kunnen spelen. Daartoe worden op de jeugdclubs, de catecheses en de kindernevendienstendienst gelden ingezameld en wordt jongeren de gelegenheid geboden deel te nemen aan een buitenlandse reis waarin actief diaconaat bedreven wordt. Zulke acties zijn erg belangrijk: de naaste ver weg wordt geholpen met concrete en zichtbare hulp, de naaste deelt zijn ervaringen rechtstreeks met de jongere, de jongere krijgt een ervaring voor het leven en de betrokkenheid van de gemeente wordt vergroot door het ondersteunen van de acties en de door de jongere geboden informatie.

4.9 De kerkenraad

De kerkenraad is verantwoordelijk voor het reilen en zeilen van de gemeente. Dit is een taak met een grote verantwoordelijkheid naar God en mensen. Binnen de kerkenraad zijn verschillende ambten te onderkennen.

In de kerkenraadsvergaderingen zal het geloofsgesprek en het gesprek over gemeenteopbouw, met de hierbij behorende organisatie, meer naar voren komen. Voor deze onderwerpen blijft ruimte gereserveerd in de kerkenraadsvergaderingen.

Rondom de vervulling van de ambten in de kerkenraad is nadrukkelijk gesproken, waarbij het volgende is overwogen:

Verzuiling

Een aantal decennia geleden hadden mensen van dezelfde zuil voor een groot deel dezelfde normen en waarden, geloofsopvattingen en overtuigingen. Zo wist men wat men van elkaar verwachten mocht.

Vooral levensovertuiging en geloof waren bron van verzuiling. De kerk was duidelijk en wist precies waar ze voor stond. In de verzuilde kerk waren de taak en de verwachtingen rond het ambt veelal duidelijk.

Ontzuiling.

Rond de jaren zestig van de vorige eeuw is de verzuiling geleidelijk verdwenen. Mens wordt meer individu met eigen opvattingen en behoeften.

Gevolgen voor de kerk.

Verschillen van mening en overtuigingen. Minder hechting aan eigen kerk. Minder behoefte de ander te brengen tot eigen overtuiging. Mensen laten zich steeds minder door anderen gezeggen. Gelijkwaardigheid tussen ambtsdrager en kerklid.

Gevolgen voor het ambt.

Weet niet hoe je het doen moet. Vanzelfsprekendheid van bepaalde ambtshandelingen zijn weg, daarom onzekerheid en angst. Problemen en vragen nemen toe. Er moet meer ingegaan worden op individuele verwachtingen en situaties van gemeenteleden.

Gevolgen voor de gemeente.

Gemeenteleden moeten meer initiatief tonen en meedenken met de invulling van het ambt.

 

Het navolgende is door de kerkenraad geconstateerd en besloten:

De kerkenraad moet accepteren dat de kerk van vandaag anders is, omdat mensen anders zijn. Daarom moet ze oude vormen van pastoraat gedeeltelijk durven loslaten.

Er moet meer nadruk komen te liggen op het persoonlijke pastoraat in bepaalde situaties. Daar zal tijd en ruimte voor worden vrijgemaakt.

Het “ afleggen van huisbezoek” eens in de twee jaar, wordt veranderd in “contact zoeken” eens in de twee jaar op wat voor wijze dan ook. De wijze kan bij iedere pastorale eenheid verschillend zijn.

Ambtsdragers moeten in hun taak begeleid worden. Er moet een duidelijk inzicht worden ontwikkeld in wat men onder pastoraat verstaat.

Mensen buiten de kerk zijn net zo belangrijk als meelevende gemeenteleden.

De gemeenteleden moeten door de kerkenraad actiever worden gemaakt in de vraag naar pastoraat, daarbij moet er duidelijkheid worden gegeven over de inhoud.

Er moet duidelijkheid komen over verwachtingen rond verjaardagen en jubilea.

De kerkenraad zal haar ziens- en werkwijze duidelijk aan de gemeente kenbaar maken.

4.10 Relatie met Hervormde Gemeente

In PKN verband is afgesproken dat de verschillende PKN gemeenten binnen een gemeenschap, in ons geval een dorp, een gezamenlijk beleidsplan opstellen. Met de Hervormde gemeente is het gesprek hierover in 2008 gestart. Gezocht wordt naar de gezamenlijkheid in opvattingen en werkwijzen om daardoor te komen tot toenadering en samenwerking. Het uiteindelijke doel is op termijn te komen tot een gezamenlijk beleidsplan.

Vormen van samenwerking zijn reeds aanwezig, zoals kerstnachtsamenkomst, vesperdienst in de lijdensweek, dienst School en Kerk, periodiek overleg moderamina en evangelisatie.

4.11 Financiën

De zorg voor de vermogensrechtelijke aangelegenheden van de gemeente berust bij de kerkenraad. Met uitzondering van diaconale aangelegenheden, waarvoor het college van diakenen verantwoordelijk is, vertrouwt de kerkenraad deze taak toe aan het college van kerkrentmeesters.

 

Tot voor kort is het college van kerkrentmeesters er op betrekkelijk eenvoudige wijze in geslaagd de exploitatierekeningen zonder tekorten af te sluiten, wat heel belangrijk is, want de beschikbare middelen hebben grote invloed op het gemeente-zijn. Het speelt een grote rol bij het benoemen van een predikant, koster en organist, het organiseren van activiteiten en het onderhoud van gebouwen.

Met grote dankbaarheid kan bovendien geconstateerd worden dat de leningen in verband met de ingrijpende verbouwing van onze kerk in 2006 inmiddels grotendeels afgelost konden worden.

 

Desondanks is er voor de toekomst zorg over de financiële situatie. Het ledenaantal (januari 2013:1510 leden) daalt gestaag, wat betekent dat de lasten van onze gemeente door plm. 700 gezinnen moeten worden opgebracht. Door afname van het aantal leden en van de betrokkenheid van sommige leden, maar wellicht ten dele ook door de huidige economische situatie daalt jaarlijks de vaste vrijwillige bijdrage (VVB). Een recent opgestelde ‘financiële doorkijk naar 2020’ geeft aan dat, wanneer in dit tempo de vermindering van inkomsten doorgaat, er jaarlijks een groot tekort zal ontstaan, temeer daar aan de uitgavenkant momenteel haast niets bezuinigd kan worden.

 

De in het verleden gehanteerde richtlijnen voor de vrijwillige bijdrage heeft het college van kerkrentmeesters recent aangepast en laten opnemen in ons jaarboekje.

5. Uitvoering van beleid

5.1 Inleiding

De uitvoering van het hiervoor geformuleerde beleid kan de kerkenraad niet alleen. Daarom zijn er ambtsdragers met specifieke taken, zoals diakenen, jeugdouderlingen en ouderling-kerkrentmeesters en maakt de kerkenraad gebruik van commissies of werkgroepen, waarin naast leden uit de kerkenraad, ook gemeenteleden zitting kunnen hebben met een bijzondere affiniteit met het betreffende beleidsonderdeel. Daarbij is er sprake van tweerichtingsverkeer tussen de kerkenraad en de commissies. Het betreft de volgende werkvelden:

5.2 Kindernevendienstcommissie

De Kindernevendienstcommissie heeft als doel de kinderen te vertellen van Gods liefde op een manier die past bij hun leeftijd en belevingsniveau. Het concrete aanbod is:

  1. groep 1 en 2: iedere zondagmorgen is er kleuterdienst m.u.v. de 1ste zondagmorgen van de maand dan is er kindernevendienst voor de kleuters;
  2. groep 3 t/m 8: iedere zondagmorgen;

Op de volgende wijze wordt uitvoering aan het gestelde doel gegeven:

  1. Elke zondag wordt er een lied gezongen, het zgn. “kinderlied”. Dit lied past bij het thema en het verhaal van de zondag;
  2. Daarnaast zingen we iedere zondagochtend (m.u.v. de vakantieperiodes) het lied wat de kinderen die week op school leren, het zgn. schoollied;
  3. Voor de verschillende projecten wordt een commissie samengesteld. De commissie werkt het project uit en heeft contact en overleg met de dienstdoende predikant op de desbetreffende feestdag over de invulling van de dienst. Projecten zijn in ieder geval:
    – Kerstproject: Er wordt dan ook “boven in de kerk” hieraan aandacht besteed.
    – Het Paasproject (wordt uitgevoerd door de zendingscommissie);
  4. Met Kerst, Pasen en Pinksteren wordt in overleg met de dienstdoend predikant besloten of er kindernevendienst is voor de groepen 1 en 2 en hoe dit wordt ingevuld. Ook komen bij deze diensten de kinderen uit de oppas voor de Zegen de kerkzaal in;

We willen doorgaan met de kindernevendienst in de morgendienst. We zijn dankbaar dat we kinderen in deze groep kunnen benaderen en een boodschap op hun niveau kunnen meegeven. Tevens wordt hun onderlinge band versterkt, zodat ze gemakkelijker bij elkaar blijven om door de stromen naar catechisatie, Rock Solid/ Solid Friends, GJV en vrije tijd. Het aantal kerkbezoekers wat zich als leiding beschikbaar stelt is toereikend. We zijn blij dat we nog steeds betrokken leiding kunnen vinden.

We willen ons verder laten inspireren door:

  1. Met de leiding per groep regelmatig te overleggen: minimaal 1 maal per 4 maanden;
  2. Volgen cursussen/workshops bijv. “Verhalen vertellen”;
  3. 4 maal per jaar een vergadering voor alle leidinggevenden van de kindernevendienst waarin allerlei zaken worden besproken zoals het plannen van de lange termijn.

5.3 Jeugdwerk

 

Jeugdwerk door de week/buiten de kerkdiensten is er voor de basisschool groepen vanaf groep 4 in de vorm van club. Voor tieners t/m 15 jaar in de vorm van Rock Solid /Solid Friends en vanaf 16 jr. in de vorm van de GJV. Vanaf 16 jr. kan ook worden deelgenomen aan World Servants.

Het doordeweekse jeugdwerk wordt op zich nog redelijk tot goed bezocht, echter we merken we steeds meer “de concurrentie” van andere activiteiten zoals sport. Ook het vinden van geschikte leiding is steeds een aandachtspunt.

Er is behoefte aan vaste werkvormen/methodes voor de verschillende groepen jongeren. Het is belangrijk jongeren vertrouwd te maken met de kerk en elkaar. Daarom is de jeugdruimte ingericht waarin jongeren elkaar door de week en op vrijdag/zondagavond kunnen ontmoeten.
5.4 Evangelisatiecommissie

 

De missionaire roeping voor dichtbij uit zich in de persoonlijke contacten tussen gemeenteleden en mensen die Christus nog niet hebben leren kennen en in deelname aan ‘evangelisatieacties’ op evenementen, zoals de braderie, tentdienst, de kerstnachtdienst en de dienst ‘School-Kerk’.

De evangelisatiecommissie werkt nauw samen met die van de Hervormde gemeente.

5.5 Zendingscommissie

De opdracht van de zendingscommissie is het om gemeenteleden bewust te maken van het belang van het verkondigen van Gods Woord in het buitenland. Dat houdt ook in dat verkondiging samen gaat met het verbeteren van levensomstandigheden daar. Verkondigen is dus niet alleen het Woord brengen, maar ook uitvoeren.

De commissie wil de doelen verwezenlijken door het informeren van de gemeenteleden rond de te houden acties (via de nieuwsbrief, Uit Eigen Kring en de beamer), het samen met de dienstdoende predikant voorbereiden van de jaarlijkse zendingsdienst, de campagne in de 40-dagentijd (spaardoosjes), de adventsschrijfactie voor gewetensgevangenen en de paasgroetactie voor gevangenen in binnen- en buitenland en het inzamelen van gelden via de zendingsbusjes, bijzondere collectes en donateurs.

Daarnaast worden gelden ingezameld voor diverse goede doelen, waaronder Kerk in Actie. Deze taken worden hoofdzakelijk uitgevoerd door de zendingscommissie. In het kader van het werelddiaconaat zamelt de diaconie ook gelden in voor projecten van Kerk in Actie.

De zendingscommissie streeft er naar de betrokkenheid van de gemeente te vergroten door deel te gaan nemen aan Kerk in Actie Interactief. Deze vorm van Kerk in Actie kent meerdere mogelijkheden om dit doel te bereiken. Dat varieert van een langere periode dezelfde acties ondersteunen tot min of meer intensieve contacten met partners in het buitenland. Een keuze welke vorm en welke actie dit zal gaan worden is nog niet gemaakt. De zendingscommissie maakt hierbij gebruik van de diensten van een gemeenteadviseur op dit terrein.

5.6 Diaconie
Het is de taak van de Diaconie om in navolging van Christus en de eerste gemeenschap van Christenen de gerechtigheid en de barmhartigheid in de wereld dichtbij en veraf te bevorderen. Dit is echter niet de taak van de Diaconie alleen, ook de gemeenteleden hebben hierin verantwoordelijkheid. Om de gemeente bewust te maken en om de mogelijkheid te bieden hulp te verlenen zamelt de Diaconie gaven in voor algemene of specifieke projecten en geeft hierover voorlichting. .

De jeugd heeft hierbij bijzondere aandacht. Het doel is het bewust maken van de jeugd, dat er meer is dan hun eigen wereld en hen de bereidheid bijbrengen om iets voor anderen te betekenen. De diaconie staat daarom ook garant voor de World Servants actie van de jongeren.

De komende jaren wil de diaconie een verdiepingsslag maken. Aan de ene kant naar buiten gericht door het organiseren van voorlichtingsavonden voor gemeenteleden, aan de andere kant naar binnen gericht door zich te bezinnen op bepaalde thema’s zoals armoede in onze gemeente en uit te voeren taken. In sommige gevallen is het zelfs mogelijk gebleken beide tegelijk te doen. Een concreet voorbeeld hiervan is de avond verzorgd door Dorcas, waarbij ook werd ingegaan op wat armoede in Nederland en daarbuiten met iemand doet.

De Diaconie tracht ook op de hoogte te blijven van sociale vraagstukken in onze samenleving. Daarbij valt te denken aan armoede, WMO, mantelzorg en eenzaamheid. Daarnaast is de Diaconie op kleine schaal bezig om zelf hulp te verlenen.

 

De Diaconie is zich ervan bewust dat er veel hulpvragen zijn. Ze probeert een goed evenwicht te vinden in te steunen projecten ver weg en dichtbij.

De taken van de diakenen kunnen als volgt worden omschreven:

a) Ambtelijk vertegenwoordiger tijdens de kerkdiensten;

b) Dienst doen aan de tafel van de Heer tijdens de avondmaalsvieringen in de kerk en in Goezate;

c) Het inzamelen van gelden;

d) De gemeente toerusten tot vervullen van haar diaconale roeping;

e) Zorgdragen voor hen die bescherming en bijstand behoeven;

f) De burgerlijke overheden aanspreken op haar verantwoordelijkheid met betrekking tot sociale vraagstukken;

g) Verzorgen van de vermogensrechtelijke aangelegenheden van diaconale aard.

h) Het vertegenwoordigen van de kerkenraad in verschillende commissies en of werkgroepen.

i) Lid zijn van het wijkteam van zijn wijk. Het wijkteam bestaat uit de wijkouderling, wijkdiaken en een aantal bezoekmedewerkers;

j) Het bezorgen van de nieuwsbrief in De Erker en Goezate;

k) Het bezoeken van gemeentelijke voorlichtingsavonden of -middagen rond sociale thema’s als WMO, eenzaamheid;

l) het regelen van vervoer voor bijzondere situaties; zoals naar de bijzondere catechese in Almkerk.

m) het regelen van speciale vakanties;

n) het in samenwerking met de koster organiseren van maaltijden in de kerk op zaterdagmiddagen.

 

5.7 Kerkelijke organisatie

De kerkelijke organisatie bestaat uit wijkteams, het moderamen, de kerkenraad die een brede en smalle vergadering (Oost en West) kent, een college van diakenen, een college van kerkrentmeesters en een aantal commissies. Deze organisatie is erop gericht om het kerkenwerk efficiënter en effectiever te maken. Derhalve is ook de vergaderstructuur onderwerp van onderzoek geweest. In de komende periode zullen de besluiten worden ingevoerd.

 

De kerkenraad heeft het volgende besloten, gericht op de inhoud van het ambtswerk:

  1. De kerkenraad accepteert dat de kerk van vandaag anders is, omdat mensen anders zijn. Daarom durft ze oude vormen van pastoraat gedeeltelijk los te laten en nieuwe vormen te zoeken en toe te passen.
  2. De nadruk komt meer te liggen op het persoonlijke pastoraat in bepaalde situaties. Daar zal tijd en ruimte voor worden vrijgemaakt. Het “ afleggen van huisbezoek” eens in de twee jaar, wordt veranderd in “contact zoeken” eens in de twee jaar op wat voor wijze dan ook. De wijze van pastoraat wordt aan de omstandigheden aangepast. De frequentie van huisbezoeken wordt meer bepaald door “noodzaak” dan door een vast rooster. Blijft dat tenminste met ieder adres tenminste 1x in 2 jaren contact dient te zijn geweest. De vorm van contact kan verschillen van bezoek tot (tel.) gesprek bij een ontmoeting. Pastorale zorg uitoefenen daar waar dit nodig is staat voorop.
  3. Ambtsdragers worden in hun taak begeleid. Duidelijk inzicht wordt ontwikkeld in wat men onder pastoraat verstaat. Een nieuwe ambtsdrager krijgt direct bij zijn/haar benoeming een cursus over de invulling van het ambt aangeboden.

 

  1. Een nieuwe ambtsdrager wordt de mogelijkheid van coaching door een zittende ambtsdrager geboden. In de keuze van de coach is de ambtsdrager vrij. De inhoud van de coaching is afhankelijk van de reeds beschikbare ervaring en de mate waarin daar behoefte aan is.

 

  1. Een ambtsdrager heeft naast het werk in de eigen gemeente ook oog voor de mensen buiten de kerk.
  2. De gemeenteleden moeten door de kerkenraad actiever worden gemaakt in de vraag naar pastoraat. Voorwaarde daarbij is meer duidelijkheid over de inhoud van het pastoraat en realistische verwachtingen. Dit kan onder meer bereikt worden door geregeld over de nieuwe werkwijze te communiceren.
  3. Duidelijkheid over verwachtingen die gemeente leden mogen hebben rond verjaardagen en jubilea is vereist.

 

  1. De kerkenraad zal haar ziens– en werkwijze duidelijk aan de gemeente kenbaar maken. De verwachtingen bij gemeenteleden over de rol van ambtsdragers kunnen aanmerkelijk verschillen. Het is een taak van de kerkenraad dit onderwerp bespreekbaar te maken om op deze wijze meer begrip te doen ontstaan over de wijze waarop het ambt wordt ingevuld. De verwachtingen die bestaan moeten realistisch zijn. Middelen die hiervoor gebruikt kunnen worden zijn publicaties in UEK, aandacht hiervoor in de erediensten, thema bijeenkomsten ed. Gedurende de periode van kandidaatstelling zal hier bijzondere aandacht aan geschonken worden.

 

  1. Waar mogelijk, bijvoorbeeld tijdens huisbezoeken, wordt het vervullen van de ambten besproken. In het bijzonder is aandacht vereist voor informeren van de jeugd van onze gemeente over inhoud van de taak van ambtsdragers (catechisatie, huisbezoek ed). Gemeenteleden kunnen ook zelf aangeven ambtstaken te willen vervullen.

 

  1. Het is mogelijk bezoekbroeders/zusters aan te stellen, die een deel van de taken van de wijkouderling (huisbezoeken, wijkavonden) kunnen overnemen. De wijkouderling blijft het eerste aanspreekpunt voor de wijk. Voor bezoekbroeders/zusters geldt de zelfde geheimhoudingsplicht als voor ambtsdragers. Bij aanstelling worden in overleg met het wijkteam de taken bepaald.

 

  1. Het is mogelijk naast jeugdambtsdragers gespecialiseerde ambtsdragers voor specifiek te benoemen taken (bv rouw, randkerkelijken, evangelisatie, ouderen) aan te stellen. Een goede taakomschrijving is dan vereist.

 

  1. Nader wordt bezien of combinatie van wijken voor het organiseren van wijkavonden mogelijk is. Verder wordt een vast team voor de organisatie van de wijkavonden samengesteld. Ook de commissie Vorming en Toerusting kan hierin een rol vervullen.

 

De kerkenraad heeft het volgende besloten, gericht op de procedure voor de vervulling van de ambten van ouderling en diaken:

  1. De uitnodiging aan de gemeente voor het stellen van kandidaten voor de ambten zal intensiever worden begeleid. Nadrukkelijk zal erop worden gewezen dat het belangrijk is dat de gemeente zoveel mogelijk voordrachten doet. Hierdoor kan een beeld worden verkregen omtrent draagvlak van de kandidaat ambtsdragers. Belangrijk omdat de kerkenraad een afspiegeling van de gemeente zal moeten zijn.
  2. De zittende kerkenraad wordt er nadrukkelijk op gewezen dat zij als “leiding” van de kerk een belangrijke bijdrage heeft te leveren bij het stellen van kandidaten.
  3. Criteria bij de kandidaatstelling zijn o.m.: belijdend lid van de kerk, aangaan aan het Heilig Avondmaal en bezoek erediensten; het aantal voordrachten voor een kandidaat is een aanvullend criterium naast werk en gezinssituatie.
  4. Voorafgaande aan het vaststellen van de concept kandidatenlijsten A en B kan de wijkouderling van de kandidaat ambtsdrager worden gehoord.
  5. Voorafgaande aan de kerkenraadsvergadering waarin de kandidatenlijsten A en B worden vastgesteld, wordt de kerkenraadsleden de gelegenheid geboden lijst B in te zien en met het moderamen te overleggen over de achtergronden van de keuzes. Over eventuele discussiepunten worden in de kerkenraad besluiten genomen.
  6. Het moderamen en de kerkenraad stellen de A (kandidaat) en B (geen kandidaat) lijsten vast. Er wordt een “ruime” kandidaten lijst opgesteld dat wil zeggen dat minder dan voorheen door moderamen en kerkenraad zelf wordt beslist of iemand kandidaat ambtsdrager wordt. Dit betekent dat terughoudend zal worden omgegaan met “niet kandidaat stellen”. De keuze wordt gelegd bij het betreffende gemeentelid.
  7. Voorlichting aan kandidaat ambtsdragers (A lijst) wordt tijdig gegeven. Dit wordt uitgevoerd door bij de brief waarin de kandidaatstelling aan een gemeentelid wordt meegedeeld informatie te voegen. Deze informatie bestaat uit een uiteenzetting over kerk en ambt in deze tijd gevoegd bij dit beslisdocument. Tevens wordt in de brief aangegeven dat specifieke informatie over het ambt bij de zittende ambtsdragers kan worden verkregen. In de eerste plaats bij de wijkouderling maar ook bij diakenen of kerkrentmeesters.
  8. De kandidaatstellingsbrief wordt uitgereikt door een ambtsdrager die het zelfde ambt bekleedt als waarvoor de kandidaat wordt gevraagd. Nadere gesprekken worden met deze ambtsdrager gevoerd tenzij er behoefte bestaat met anderen te spreken; dit kan zich voordoen als de kandidaat wellicht een ander ambt ambieert dan wel daarover van gedachten wil wisselen.
  9. Bij de kandidaatstellingsbrief wordt eveneens een uitnodiging gevoegd om met elkaar te spreken over het ambt en de betekenis daarvan. Op deze avond zijn tenminste naast beide predikanten aanwezig vertegenwoordigingen van de wijkraden, diakenen en kerkrentmeesters. Deze bijeenkomst wordt gehouden in de tijd tussen het verstrekken van de kandidaatstellingsbrief en de datum waarop het besluit door de kandidaat dient te zijn genomen.

 

  1. In UEK, op de nieuwsbrief en in de erediensten wordt tenminste gedurende de periode van kandidaatstelling (januari tot en met maart) aandacht geschonken aan het ambt waarbij een aantal aspecten zoals kerk en ambt, verwachtingen van de gemeente van ambtsdragers, persoonlijke afwegingen ed aan de orde kunnen komen.

 

  1. Het wordt mogelijk tussentijds, dat wil zeggen naast het gebruikelijke moment (juli), ambtsdragers te benoemen.

 

  1. De uitnodiging aan de gemeente voor het stellen van kandidaten voor de ambten zal intensiever worden begeleid. Nadrukkelijk zal erop worden gewezen dat het belangrijk is dat de gemeente zoveel mogelijk voordrachten doet. Hierdoor kan een beeld worden verkregen omtrent draagvlak van de kandidaat ambtsdragers. Belangrijk omdat de kerkenraad een afspiegeling van de gemeente zal moeten zijn.

5.8 College van Kerkrentmeesters

Het college van kerkrentmeesters neemt zich voor om in de komende jaren prioriteit te geven aan het inzichtelijk maken aan alle leden dat het gemeente-zijn veel kosten met zich meebrengt en dat het daarom belangrijk is dat iedereen naar draagkracht bijdraagt.

We moeten niet alleen snijden in de uitgaven. We moeten vooral inzetten op het vergroten van betrokkenheid bij de jongere generaties en mensen het gevoel geven dat ze medeverantwoordelijk zijn voor het bestaan van hun kerk.

Begin 2013 is dit beleidsplan 2013-2017 vervaardigd. Ook gedurende deze nieuwe periode hopen wij als gemeente geïnspireerd te worden door het evangelie. Wij staan voor de uitdaging om de woorden ‘Geloof-Hoop-Liefde’ tot uiting te brengen in onze kerk en daarbuiten. Hiervoor is geld nodig. Het college van kerkrentmeesters vertrouwt er op dat allen die verbonden zijn aan onze Maranathakerk de verantwoordelijk voelen om dit als gemeente mogelijk te maken en daarom naar draagkracht financieel zullen bijdragen.

5.9 Catechese

Teneinde aan de catechese taak van de gemeente inhoud te geven zal zowel kerkcatechese, als thuiscatechese en belijdeniscatechese worden aangeboden. De drempel om onze kinderen te onderwijzen moet zo laag mogelijk gemaakt worden. Hierbij dient ook gedacht te worden aan de werkvormen waarin het onderwijs wordt aangeboden. Voortdurende bezinning daarop en aansluiting zoeken bij de belevingswereld van de jongeren is een opdracht voor de gemeente.

5.10 Liturgiecommissie

De Liturgie commissie bespreekt de liturgische orden in de katern en in het nieuwe dienstboek. Wat doen we met de orden van dienst die ons daar worden aangeboden? Ook m.b.t. de doop, avondmaal, bevestiging ambtdragers enz. en de symbolen zoals bijv. de doopkaars.

Vanuit deze vragen worden kerkdiensten georganiseerd als leermomenten. Dit alles vanuit het besef dat orden van dienst moeten passen bij het karakter van onze gemeente.

5.11 Commissie Vorming en Toerusting

De commissie vorming en toerusting richt zich op de behoefte en activiteiten met betrekking tot vorming en toerusting van gemeenteleden. Onder vorming en toerusting verstaan we het verdiepen en ontwikkelen van de betekenis van het geloof voor gemeenteleden door middel van activiteiten, cursussen, ontmoeting en nog meer. Dit alles is van blijvende noodzaak voor de gemeente. Daarom is het belangrijk dat deze commissie bestaat en willen we de betekenis ervan versterken.